Objectenhandboek
Levend document met afspraken over opname, afbakening, inwinning en beheer van (IM)Geo-objecten.
Dit objectenhandboek is een levend document en wordt gebruikt voor opbouw, bijhouding en beheer van het IMGEO-bestand, zodat de registratie aansluit op gemeentelijke werkprocessen.
Iedere objectdetailpagina volgt hetzelfde stramien; onderstaande velden komen (meestal) terug en helpen je de informatie snel te duiden.
| Veld | Toelichting |
|---|---|
| Objectdeel | De (sub)indeling van het object binnen de catalogus/registratie (bijv. wegdeel, ondersteunend wegdeel). |
| BGT functie | De functionele typering van het object volgens de BGT (wat het “doet” in de openbare ruimte). |
| Geometrie | De vorm waarin het object wordt vastgelegd (punt, lijn, vlak of multi-geometrie). |
| Bronhouder | De partij die als verantwoordelijke bron optreedt voor de registratie van het object. De bepaling van de bronhouder wordt toegelicht op de pagina BGT-inhoudsgebied. |
| Naamgeving | De conventie voor objectnamen/velden (bijv. naamgeving uit BAG of “n.v.t.”). |
| BGT-verplicht | Geeft aan of een object volgens de landelijke BGT-regelgeving verplicht moet worden opgenomen in de basisregistratie. |
| Inwinning | Geeft aan hoe de geometrie/attribuutinformatie wordt verkregen (bijv. terrestrisch, fotogrammetrisch, construeren). |
| Ruimtelijke rol | De ruimtelijke rol geeft aan of een object een inrichtend (fysiek vormgevend) of opdelend (begrenzend en structurerend) karakter heeft binnen de BGT. |
| Wettelijk fysiek voorkomen | Betreft fysieke kenmerken die volgens de BGT-specificaties verplicht moeten worden ingewonnen en geregistreerd. |
| Optioneel fysiek voorkomen | Omvat aanvullende fysieke kenmerken die niet verplicht zijn, maar kunnen worden vastgelegd voor extra detail of lokale toepassingen. |
| IMGEO classificatie | De inhoudelijke groep/klasse waarin het object binnen IMGeo valt. |
Hieronder staan de kernbegrippen die op de objectpagina's voorkomen. Elk begrip heeft een korte toelichting. Klik de lijst open voor het volledige overzicht.
Levend document met afspraken over opname, afbakening, inwinning en beheer van (IM)Geo-objecten.
Basisregistratie Grootschalige Topografie: landelijke, uniforme basiskaart met grootschalige objecten.
Uitbreiding/uitwerking bovenop BGT om beter aan te sluiten op beheer van de openbare ruimte.
De termijn waarbinnen mutaties moeten zijn verwerkt zodat de registratie up-to-date blijft.
De organisatie die verantwoordelijk is voor de juistheid en bijhouding van de registratie voor dit object. Zie BGT-inhoudsgebied voor de toelichting op de bepaling van de bronhouder.
De ruimtelijke representatie van een object in de kaart: punt, lijn, vlak of multi-geometrie.
Beschrijving van het object met focus op afbakening: wat hoort er wel en niet bij.
De methode waarmee objectgegevens worden verzameld, zoals terrestrisch meten of fotogrammetrie.
De beoogde meet-/inwinningsprecisie (en eventuele idealisatie) waarmee het object wordt vastgelegd.
Afspraken over hoe objecten/attributen worden benoemd (bijv. herkomst uit BAG of n.v.t.).
Materiaal/uiterlijk volgens BGT-indeling (bijv. gesloten verharding, open verharding, groenvoorziening).
De (sub)component of specifieke variant binnen een objecttype, vaak gekoppeld aan functie of gebruik.
Indicatie of een object de ruimte scheidt/verdeelt (opdelend) of juist als inrichtingselement fungeert.
Onderstaande lijst bevat alle begrippen voor “fysiek voorkomen” die in het handboek worden gebruikt, elk met een korte toelichting. Klik de lijst open voor het volledige overzicht.
Gesloten verharding op basis van asfaltbeton of andere met bitumen gebonden materialen.
Gesloten verharding bestaande uit gewapend of ongewapend beton.
Verharding gemaakt van betonstraatstenen (veel gebruikt als alternatief voor gebakken klinkers).
Verharding gemaakt van straatbakstenen (gebakken klinkers), veelal uit kleigrondstoffen.
Bestrating van (vaak vierkante) betonnen tegels, veel gebruikt voor trottoirs.
Bestrating in sierverband of mix van materialen, vooral toegepast om esthetische redenen.
Geprepareerde betonelementen zoals trottoirbanden, opsluitbanden en stelconplaten.
Elementenverharding met openingen/tussenruimten voor doorgroei van grassen en kruiden.
Ongebonden verharding bestaande uit schelpenmateriaal.
Ongebonden verharding van losse brokstukken (steen/beton) afkomstig van sloop of instorting.
Ongebonden verharding van kiezelmateriaal met steentjes van circa 1–5 cm.
Ondergrond van gemalen baksteen, vaak toegepast op sportbanen (zoals tennis).
Onverhard met als deklaag boomschors.
Onverhard met als deklaag zand.
Verharding of toplaag van kunststof (bijv. rubber-/ kunststoftegels of -delen).
Opgaande beplanting van houtige gewassen, vaak inheems, aangeplant als bosplantsoen.
Laagblijvende, aaneengesloten kruidachtige vegetatie (gras met kruiden).
Beheerde (niet nader gespecificeerde) beplanting van groenvak in de openbare ruimte.
Beheerde beplanting van groenvak in struikvorm groeiende rozen.
Beheerde beplanting van houtige gewassen in struikvorm (sierwaarde vaak leidend).
Laagblijvende beplanting die de bodem afdekt en onkruidgroei helpt beperken.
Terreindeel met overwegend loofbomen dat een (bijna) gesloten geheel vormt of zal vormen.
Terreindeel met zowel naald- als loofbomen dat een (bijna) gesloten geheel vormt of zal vormen.
Terreindeel met natuurlijke, lage houtachtige planten met vertakkingen dicht bij de wortel.
Lijnvormige begroeiing met bomen en/of struiken, vaak als landschapselement of begrenzing.
Grasland met grassen en kruiden dat niet in gebruik is voor agrarische doeleinden.
Terreindeel dat overwegend begroeid is met rietvegetatie.